Marietak van Poortvliet museum

Headerfoto

Opening Voorjaarstentoonstelling: GERDA RUTTERS - BEELDEN EN SCHILDERIJEN

EEN WEERZIEN MET OUDE VRIENDEN

Het MTVP Museum Domburg opent het jaar 2019 met enkele oude bekenden. Gerda Rutters (Geertruidenberg, 1946) en Ollo Feenstra Echt, 1959) hebben allebei met beelden meegedaan aan de groepstentoonsteling Trekvogel-artisten en overblijvers, die in het voorjaar van 2003 in het MTVP museum plaatshad. Een herinnering aan die tentoonstelling staat in de café-ruimte van het museum, de monumentale kop van een Zeeuwse vrouw uit 2002, door Gerda uitgevoerd in aluminiumcement. Voor Gerda Rutters' beelden is zowel de klassieke Griekse en Romeinse beeldhouwkunst als het Vlaamse expressionisme een inspiratiebron. Uit een deel van haar verrassende schilderijen spreekt eveneens een monumentale benadering en uit de reeks landschappen en luchten komt haar verwantschap met en liefde voor het Zeeuwse land, waar zij vanaf 1954 woont, naar voren.

 

ELSBETH ETTY OPENT

Gerda’s beelden en schilderijen hebben een plaats in de Museumzaal en café-ruimte gekregen. Centraal in de tentoonstelling staat haar bronzen beeld Echtpaar in de trein (2000), geïnspireerd op Willem Wilminks desbetreffende gedicht. De tentoonstelling zal worden geopend door Elsbeth Etty, die op 22 januari 2019 haar biografie van Wilmink presenteerde.

 

DE VOORJAARSTENTOONSTELLING 2019

TOELICHTING DOOR FRANCISCA VAN VLOTEN

Dames en heren,

In 2003 brachten wij de tentoonstelling Trekvogel-artisten en overblijvers, waaraan 13 kunstenaars uit Nederland en België deelnamen. Beeldhouwers en schilders. Onder de beeldhouwers bevonden zich Gerda Rutters en Ollo Feenstra.

Met veel plezier vertel ik u dat de Voorjaarstentoonstelling van dit jaar is gewijd aan het monumentale werk van Gerda Rutters en dat de fantasierijke beelden van Ollo Feenstra vanaf nu tot begin november een plaats hebben gekregen in de museumtuin.

Ollo werd opgeleid aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Eeklo, België. Zij woont sinds 30 jaar op Walcheren; de invloed van het Zeeuwse land komt regelmatig in haar werk naar voren. Daarnaast behoren tot haar belangrijkste thema’s de menselijke beweging en dieren. In de tuin kunt u daar treffende voorbeelden van zien.

Gerda Rutters, dames en heren, heeft zich de afgelopen decennia niet alleen als beeldhouwer maar ook als schilder gemanifesteerd.
Voor haar beelden is zowel de klassieke – Griekse en Romeinse - beeldhouwkunst als het Vlaamse expressionisme een inspiratiebron. Maar een monumentale benadering spreekt ook uit haar schilderijen, uit een aantal bijzondere portretten bijvoorbeeld en een reeks luchten en landschappen, die u zo direct in de zaal kunt zien en die een grote verbondenheid met het land van Walcheren weergeven. in haar abstracte composities speelt de vlakverdeling de belangrijkste rol, het zoeken naar evenwicht.

In een ritmisch samenspel van vormen lijkt Gerda als beeldhouwer én als schilder uiteindelijk vooral te zoeken naar de essentie van de materie. Dat verlangen naar een doorgronding van de textuur kan men ook terugvinden in haar constructies – uit eerlijke materialen opgebouwde objecten, die niet zelden in een stapeling van dat materiaal de gedachte erachter weergeven.

En zo heb ik ook geprobeerd deze tentoonstelling op te bouwen, als een compositie die recht doet aan de verschillende aspecten van Gerda als kunstenaar en hun achtergrond.

Gerda Rutters woont vanaf 1954 op Walcheren. Haar opleiding kreeg zij van de beeldhouwer Peter de Jong aan het Zeeuws Instituut voor Kunstzinnige Vorming, in Middelburg, en van zijn collega Rudi Rooijackers aan de Vrije Academie in Den Haag. Daarna volgde zij nog cursussen in Rotterdam en in Tilburg.

Niet alleen Ollo Feenstra en Gerda Rutters zijn voor de tweede keer present in het museum; ook Elsbeth Etty, die vandaag de tentoonstelling opent, is hier voor de tweede keer zó aanwezig.
De eerste keer was in 2009, bij de tentoonstelling Een tere stilte en een sterk geluid, waarin een beeld werd gegeven van de vrouwen die op de Domburgsche Tentoonstellingen van een eeuw geleden hebben geëxposeerd, en nu is het opnieuw een tentoonstelling van een sterke vrouw – en de tuin meegerekend van twee sterke vrouwen – die ook nog en wederom door een sterke vrouw wordt geopend.

Centraal in de Voorjaarstentoonstelling staat Gerda’s beeld Echtpaar in de trein, naar het gelijknamige gedicht van Willem Wilmink. In januari van dit jaar verscheen Elsbeth Etty’s biografie van Willem Wilmink, In de man zit nog een jongen.

Dat was de aanleiding, dames en heren, om Elsbeth uit te nodigen deze tentoonstelling te openen.

Ik wens u een heel mooie middag. Dank u wel.

Francisca van Vloten

 

OPENINGSWOORDEN VAN ELSBETH ETTY

Geachte aanwezigen,

Wat een eer dat dat ik als biograaf van de dichter Willem Wilmink de overzichtstentoonstelling mag openen van Gerda Rutters, met als pronkstuk het beeld ‘Echtpaar in de trein’, geïnspireerd op Wilminks gelijknamige gedicht.

Toen ik precies een jaar geleden, opgejaagd door mijn uitgever, de laatste hand legde aan mijn biografie In de man zit nog een jongen, ontving ik een mailtje van Gerda over dit beeld en over het contact dat ze daarover had gehad met Wilmink. Dat was wel even schrikken voor mij. Vijf jaar had ik aan mijn biografie gewerkt, alle archieven doorgenomen, tientallen personen geïnterviewd en nu bleek ik op de valreep iets wezenlijks te hebben gemist.

Wilmink had de gewoonte om brieven die hij ontving, onmiddellijk te beantwoorden en ze daarna weg te gooien. Dus de brief van Gerda Rutters aan hem, gedateerd 17 maart 2001, ontbrak in zijn door mij doorgeploegde nalatenschap.
Gelukkig bewaarde Gerda een kopie van haar brief met foto’s van het klei-ontwerp waarin ze ‘geachte heer Wilmink’ toestemming vroeg om het in brons gegoten beeld ooit in combinatie met zijn gedicht te exposeren.

Hij antwoordde per omgaande dat hij die toestemming van harte gaf.
“Er gebeurt de laatste tijd veel met mijn werk”, schreef hij. “Opvoeringen, uitvoeringen in steen en brons en glas, opname in bloemlezingen, grafschriften en preken... Ik kan er alleen maar blij om zijn.”

Willem Wilmink, had toen nog maar twee jaar te leven. Hij overleed in 2003, 66 jaar oud, in zijn geboorteplaats Enschede, waarheen hij in 1991 na bijna veertig ongelukkige jaren in Amsterdam en Zeist, was terugverhuisd.
‘Echtpaar in de trein’ schreef hij kort voor zijn remigratie naar Enschede. Hij droeg het op aan Wobke, zijn vrouw en muze, die hem in staat stelde terug te keren naar het paradijs van zijn jeugd. In het gedicht gebruikte hij een gezamenlijke treinreis als metafoor voor hun huwelijk. De ik- figuur zit tegenover zijn ‘allerliefste’ in een coupé, ‘zij rijdt vóór-, ik achteruit’.

En dan gaat het zo verder:

We zien dezelfde dingen wel, maar ik heel traag en zij heel snel. Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat, terwijl de man die naast haar leeft slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.

In haar brief aan brief aan Wilmink schreef Gerda Rutters dat de sfeer en eenvoud van dit gedicht haar getroffen hadden. En ze voegde eraan toe:

Met taal kan je je subtieler uitdrukken; als beeldhouwer heb je te maken met vragen als “Hoe staat het in de ruimte? Kun je het van alle kanten bekijken?” Is de vakverdeling goed, etc.
Bij mijn ontwerp zitten man en vrouw naast elkaar. Zij zit wat naar voren. Hij kijkt naar haar, zij kijkt vooruit. Hij vertrouwt op dat wat zij waarneemt.”

Het is een prachtige, rake interpretatie, die – zoals uit mijn biografie blijkt –overeenstemt met de werkelijkheid. Wilmink steunde volledig op Wobke die hem op cruciale momenten in zijn leven van de ondergang heeft gered.
Tot mijn grote frustratie heb ik echter noch Gerda’s beeld, noch haar correspondentie daarover met Wilmink in mijn biografie kunnen verwerken.
De conceptversie ervan lag op het moment dat ik haar mail ontving al bij de uitgever. En die stond alleen inkortingen toe in plaats van toevoegingen.
Daarom verheugt het me des te meer dat ik er hier wel over kan uitweiden, in dit geweldige museum dat steeds opnieuw op allerlei verrassende manieren laat zien hoe kunstenaars van diverse disciplines elkaar inspireren en beïnvloeden.

In mijn vorige biografie, die van Henriette Roland Holst, heb ik beschreven hoe een schilderij van Jan Toorop leidde tot haar eerste gepubliceerde gedicht en hoe – omgekeerd – haar poëzie vooraanstaande beeldend kunstenaars en architecten inspireerde.
Toen ik op internet het schitterende ontwerp van Cees Dam voor het nieuwe Marie Tak van Poortvliet Museum in de duinen van Domburg bekeek, moest ik direct denken aan Berlage, die een op dichtregels van Henriette Roland Holst geïnspireerd Pantheon der mensheid ontwierp.

Dat fabelachtige ontwerp is nooit uitgevoerd – behalve dan in de vorm van een gemeenschappelijke publicatie met tekeningen van Berlage en tekst van Roland Holst. Natuurlijk hoop ik van harte dat het pantheon dat Cees Dam heeft ontworpen voor de unieke collectie van dit museum, wel wordt gerealiseerd.

Uit het indrukwekkende boek Drie bijzondere collecties in beeld van conservator Francisca van Vloten, blijkt zonneklaar hoe dringend het museum uitbreiding behoeft.

‘Van nieuw begin naar nieuw begin/ rijdt zij de wijde toekomst in’, schreef Willem Wilmink in het gedicht dat Gerda Rutters inspireerde tot het beeld dat we zo dadelijk gaan bekijken. Laat het een motto zijn voor de Provincie Zeeland, de gemeente Veere en alle andere instanties en personen van wie een nieuw begin en een wijde toekomst voor het fantastische Domburgse Museum afhangen.

Provinciale en gemeentelijke overheden ik roep u op de daad bij Wilminks woord te voegen. Kortom: Neem snel een positief besluit over de nieuwbouw van dit gekoesterde museum, dat Domburg tot in de wijde toekomst zowel nationaal als internationaal op de kaart zal zetten.

Hierbij verklaar ik de tentoonstelling ‘Gerda Rutters – Beelden en schilderijen’ – voor geopend.

Elsbeth Etty